Nederlandse werkwoorden
1920 woorden · Pagina 1 van 10
- aaien
- aanbellen
- aanbieden
- aanblijven
- aan bod komen
- aanbotsen
- aanbreken
- aanbrengen
- aandoen
- aandrijven
- aandringen
- aandringen op
- aangaan
- aangepassen
- aangeven
- aanhalen
- aanhangen
- aanhouden
- aanjagen
- aankaarten
- aankijken
- aanklagen
- aankomen
- aankondigen
- aankoppelen
- aankunnen
- aanleggen
- aanleveren
- aanlijnen
- aanmelden
- aanmeren
- aanmerken
- aanmoedigen
- aannemen
- aanpakken
- aanpassen
- aanprijzen
- aanraden
- aanraken
- aanranden
- aanrichten
- aanrijden
- aanschaffen
- aanscherpen
- aanschuiven
- aansluiten
- aanspannen
- aanspoelen
- aansporen
- aansprakelijk stellen
- aanspreken
- aansteken
- aanstellen
- aansterken
- aansturen
- aantasten
- aantikken
- aantonen
- aantreden
- aantreffen
- aantrekken
- aanvaarden
- aanvallen
- aanvechten
- aanvinken
- aanvoelen
- aanvoeren
- aanvragen
- aanvullen
- aanwakkeren
- aanwijzen
- aanzetten
- aanzien
- aanzuigen
- aanzwellen
- aarzelen
- abseilen
- achten
- achteraf betalen
- achterblijven
- achterhalen
- achterhouden
- achterkomen
- achterlaten
- achterlopen
- achterstaan
- achteruitgaan
- achtervolgen
- achterzitten
- activeren
- ademen
- afbeelden
- afblazen
- afbouwen
- afbranden
- afbreken
- afbrokkelen
- afdalen
- afdekken
- afdragen
- afdrukken
- afdwingen
- affakkelen
- afgaan
- afgelasten
- afgeven
- afhaken
- afhangen
- afketsen
- afkeuren
- afknappen
- afkoelen
- afkomen
- afkondigen
- afleggen
- afleiden
- aflopen
- aflossen
- afluisteren
- afmaken
- afmeren
- afnemen
- afpakken
- afpersen
- afplakken
- afpulken
- afraden
- afrekenen
- afremmen
- afrijden
- afronden
- afschaffen
- afschalen
- afschermen
- afschieten
- afschrikken
- afslaan
- afsluiten
- afsnijden
- afspreken
- afstaan
- afstappen
- afsteken
- afstemmen
- afsterven
- afstevenen
- afstuderen
- aftasten
- aftekenen
- aftellen
- aftrappen
- aftreden
- aftrekken
- afvallen
- afvinken
- afvlaggen
- afvoeren
- afvragen
- afvuren
- afwachten
- afwegen
- afwerken
- afwijken
- afwijzen
- afzagen
- afzeggen
- afzeilen
- afzetten
- afzien
- afzoeken
- annuleren
- anonimiseren
- arresteren
- azen
- baat hebben
- baggeren
- balen
- baren
- barsten
- baten
- beantwoorden
- beboeten
- bedanken
- bedekken
- bedelven
- bedenken
- bedienen
- bedoelen
- bedragen
- bedreigen
- bedwingen
- beedigen
- beeindigen
- beëindigen
- begeleiden
- begeven
- begraven
- begrijpen
- begroeten
- behalen