afbreken
to dismantle, to break down, to break off, to demolish, to take down
Vormen die je tegenkomt
- afbrak
- afbreekt
- afbreken
- afgebroken
- brak af
- breekt af
- breken af
- breken niet af
- werd afgebroken
Betekenis
- to dismantle
- to break down
- to break off
- to demolish
- to take down
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- brak af
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- afgebroken
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Zo zie je dat nu bijvoorbeeld de sociale zekerheid en de zorg worden afgebroken omdat er miljarden euro's naar Defensie toe moeten.”Uit deze video →
- “Miljarden van deze darmbacteriën breken het voedsel af waarbij gassen ontstaan.”Uit deze video →
- “De Bhote Koshi trad vorige week woensdag buiten haar oevers nadat een gletsjer in de Himalaya afbrak.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.