afbreken

to break off, to abort, to dismantle, to take down, to demolish

Vormen die je tegenkomt

  • afbreken
  • afgebroken
  • brak af
  • breekt af
  • werd afgebroken

Betekenis

  • to break off
  • to abort
  • to dismantle
  • to take down
  • to demolish

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
brak af
Voltooid deelwoord (perfectum)
afgebroken
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • Je kan het duidelijk zien hè, door het noodweer van vannacht is de bovenkant afgebroken met daarbij dus ook de wieken.Uit deze video
  • ruim een uur later dan gepland, nadat een eerdere countdown werd afgebroken om onduidelijke redenUit dit artikel
  • een United vlucht brak de start af na een waarschuwingslampje en een vreemde geur.Uit dit artikel

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord