Nederlandse werkwoorden
2322 woorden · Pagina 2 van 12
- baat hebben
- badderen
- baggeren
- balen
- baren
- barsten
- baten
- beademen
- beantwoorden
- beboeten
- bedanken
- bedekken
- bedelen
- bedelven
- bedenken
- bederven
- bedienen
- bedoelen
- bedragen
- bedreigen
- bedrukken
- bedwingen
- beedigen
- beeindigen
- beëindigen
- begeleiden
- begeven
- begraven
- begrijpen
- begroeten
- behalen
- behandelen
- behartigen
- beheersen
- beheren
- behoeden
- behoren
- behouden
- beindigen
- beinvloeden
- bekendmaken
- bekendstaan
- bekennen
- bekijken
- bekladden
- beklagen
- beklijven
- beklimmen
- bekogelen
- bekostigen
- bekrachtigen
- bekritiseren
- bekronen
- belachelijk maken
- belagen
- belanden
- belasten
- belazeren
- beledigen
- belegeren
- beleggen
- belemmeren
- beleven
- belichten
- bellen
- belonen
- beloven
- beluisteren
- bemachtigen
- bemannen
- bemiddelen
- bemoeien
- bemoeilijken
- benadelen
- benaderen
- benadrukken
- benoemen
- benutten
- beoefenen
- beogen
- beoordelen
- bepalen
- beperken
- bepleiten
- berechten
- beregenen
- bereiken
- berekenen
- bergen
- berichten
- beroepen
- berokkenen
- beroven
- berusten
- beschadigen
- beschermen
- beschieten
- beschikken
- beschuldigen
- beseffen
- beslaan
- beslissen
- besluiten
- besmet raken
- besmetten
- besmeuren
- besparen
- bespioneren
- bespreken
- besprenkelen
- bespringen
- besproeien
- bestaan
- besteden
- bestelen
- bestellen
- bestemmen
- bestempelen
- bestoken
- bestormen
- bestraffen
- bestrijden
- bestuderen
- bestuiven
- besturen
- betalen
- betasten
- betekenen
- beteren
- betogen
- betrappen
- betreden
- betreffen
- betrekken
- betreuren
- betuigen
- betwijfelen
- betwisten
- bevallen
- bevatten
- beveiligen
- bevelen
- bevestigen
- bevinden
- bevoordelen
- bevoorraden
- bevorderen
- bevragen
- bevriezen
- bevrijden
- bewaken
- bewandelen
- bewapenen
- bewaren
- bewegen
- beweren
- bewerken
- bewijzen
- bezeilen
- bezetten
- bezielen
- bezighouden
- bezitten
- bezoeken
- bezorgen
- bezuinigen
- bezweren
- bezwijken
- bidden
- bieden
- bijbenen
- bijbetalen
- bijbouwen
- bijdraaien
- bijdragen
- bijeenbrengen
- bijeenkomen
- bijhalen
- bijhoren
- bijhouden
- bijkomen
- bijleggen
- bijpraten
- bijspringen
- bijstaan
- bijstellen
- bijsturen
- bijtekenen
- bijvullen
- bijwerken
- bijwonen
- binden
- binnenblijven
- binnenbreken
- binnendringen
- binnengaan
- binnenhalen
- binnenhouden
- binnenkomen
- binnenkoppen