
afgaan
to rely on, to go off, to head toward, to go by, to explode
Vormen die je tegenkomt
- afgaan op
- afgaat op
- afgingen
- gaan af
- gaat af
- ging af
- gingen af
Betekenis
- to rely on
- to go off
- to head toward
- to go by
- to explode
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- ging af
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- afgegaan
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Ja nou als je moet afgaan op het promofilmpje van de organisatie dan zit het belang van dit toernooi ongeveer tussen de maanlanding en het einde der tijden.”Uit deze video →
- “Sirenes gingen af in Bahrein, de VAE en Qatar”Uit dit artikel →
- “De vergelijking keek naar FSD crashes waarbij airbags afgingen tegenover alle Amerikaanse ongevallen”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.