afgaan
to go off, to go by, to head toward, to rely on
Vormen die je tegenkomt
- afgaat op
- afgingen
- gaan af
- gaat af
- ging af
- gingen af
Betekenis
- to go off
- to go by
- to head toward
- to rely on
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- ging af
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- afgegaan
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “In een politiebureau in Kashmir, India, gaan bomspullen af.”Uit dit artikel →
- “In Moskou gaat rond 07.00 uur lokale tijd een bom af onder een auto.”Uit dit artikel →
- “Rond 07.00 uur lokale tijd ging in Moskou een bom af onder een auto op een parkeerplaats in het zuiden van de stad.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.