afspreken
to agree, agreed, to arrange to meet
Vormen die je tegenkomt
- af te spreken
- afgesproken
- afspreken
- spraken af
- spreken af
Betekenis
- to agree
- agreed
- to arrange to meet
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- sprak af
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- afgesproken
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Israël en Libanon spreken een nieuwe wapenstilstand af.”Uit dit artikel →
- “De VS en Syrië spraken af dat Washington het Syrische leger steunt en meewerkt aan een veiligheidspact tussen Israël en Syrië.”Uit dit artikel →
- “Na een lange nacht in Brussel spreken EU-leiders af dat de landen samen €90 miljard lenen voor Oekraïne.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.