afmaken
to finish, to finish off
Vormen die je tegenkomt
- af te maken
- afgemaakt
- afmaak
- afmaken
- maakt af
- maakt het af
- maakt hij het af
- maakte af
- maakte het af
- maken af
- maken het af
Betekenis
- to finish
- to finish off
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- maakte af
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- afgemaakt
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Zverev sloeg snel terug en maakte het af met 6-2.”Uit dit artikel →
- “In de derde set liep ze snel weg en maakte het af met een ace op haar tweede matchpoint”Uit dit artikel →
- “In de derde set liep Kamiji snel weg en maakte het af.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.