afbouwen
to phase out, to scale down, to scale back, to reduce
Vormen die je tegenkomt
- af te bouwen
- afbouwen
- afgebouwd
- bouwt af
Betekenis
- to phase out
- to scale down
- to scale back
- to reduce
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- bouwde af
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- afgebouwd
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “In de tekst staat niets over het verminderen van CO2 of het afbouwen van olie, gas en steenkool, tot ergernis van de EU.”Uit dit artikel →
- “Gratis rechten zijn afgebouwd: eerst 25%, daarna 50%, en nu nul.”Uit dit artikel →
- “Defensie en andere instanties krijgen zes maanden om het gebruik af te bouwen.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.