aftreden

to resign

Vormen die je tegenkomt

  • af te treden
  • aftreden
  • aftreedt
  • trad af
  • traden af
  • treedt af

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
trad af
Voltooid deelwoord (perfectum)
afgetreden
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • Na weken van protest trad zij af en vertrok naar India, waar zij nog verblijft.Uit dit artikel
  • De omstreden stafchef Andri Jermak (54) treedt af na beschuldigingen van betrokkenheid bij een omkoopschandaal rond Energoatom, het Oekraïense staatsenergiebedrijf.Uit dit artikel
  • De BBC bood excuses aan en noemde het een inschattingsfout de directeur en de hoofdredacteur traden afUit dit artikel

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord