aanspreken

to address, to be spoken to, spoke to him, to speak to, to approach

Vormen die je tegenkomt

  • aangesproken
  • spraken hem aan
  • spreekt aan
  • spreken aan

Betekenis

  • to address
  • to be spoken to
  • spoke to him
  • to speak to
  • to approach

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
sprak aan
Voltooid deelwoord (perfectum)
aangesproken
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord