afsluiten
to close, to close off, to conclude, closing off, to shut off
Ook gebruikt als: noun
Vormen die je tegenkomt
- afgesloten
- afsluit
- afsluiten
- is afgesloten
- sloot af
- sloten af
- sluit af
- sluiten af
Betekenis
- to close
- to close off
- to conclude
- closing off
- to shut off
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- sloot af
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- afgesloten
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Ze zeggen dat ze de straat van Ormoes hebben afgesloten.”Uit deze video →
- “Maar omdat Iran dit stuk zee afsluit kunnen er weinig schepen varen.”Uit deze video →
- “Poetin dreigt met extra aanvallen op Oekraïense tankers en met het afsluiten van de zee.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.