afdwingen
to force
Vormen die je tegenkomt
- af te dwingen
- afdwingen
- afdwong
- dwingt af
- dwong af
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- dwong af
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- afgedwongen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Karim Adeyemi krulde de 2-0 binnen, waarna Feyenoord via Valente, Zechiël en Hadj Moussa kansen afdwong, maar Joan García redde.”Uit dit artikel →
- “Na een marathon van 5 uur en 13 minuten dwong Botic van de Zandschulp opnieuw de kwartfinale van de US Open af.”Uit dit artikel →
- “Caspar Corbeau dwong met 59,24 een finaleplaats af op de 100 meter schoolslag, derde in zijn halve finale en zevende totaal.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.