aarzelen

to hesitate

Vormen die je tegenkomt

  • aarzelde
  • aarzelden
  • aarzelen

Stamtijden

Verleden tijd (imperfectum)
aarzelde
Voltooid deelwoord (perfectum)
geaarzeld
Hulpwerkwoord
hebben

In een echte zin

  • “Het aarzelde om te vertrekken, maar na een zacht duwtje zwom het naar de kant en rende het het bos in.”Uit dit artikel →
  • “Banken aarzelden vaak, omdat onduidelijk was of het om een groep of rechtspersoon ging, iets dat nu helder wordt.”Uit dit artikel →
  • “hoge prijzen die marktpartijen doen aarzelen om nu te kopen”Uit dit artikel →

Bewaar dit woord en oefen het later.

Zoek een ander woord