
afhelpen
to help
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- hielp af
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- afgeholpen
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “We wilden je van je kindertrauma afhelpen door het te ruilen”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.