
aanleren
to learn
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- leerde aan
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- aangeleerd
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Hij zegt dat de dieren door de komst van de wolf nieuw gedrag hebben aangeleerd.”Uit deze video →
- “maar die heeft hij in Australië of met zijn vader en moeder aangeleerd.”Uit deze video →
Bewaar dit woord en oefen het later.