benoemen
to appoint, appointed, to name
Vormen die je tegenkomt
- benoemd
- benoemde
- benoemen
- benoeming
- benoemt
Betekenis
- to appoint
- appointed
- to name
Stamtijden
- Verleden tijd (imperfectum)
- benoemde
- Voltooid deelwoord (perfectum)
- benoemd
- Hulpwerkwoord
- hebben
In een echte zin
- “Trump benoemt hem in februari tot de nummer twee.”Uit dit artikel →
- “Hij werd in februari door president Trump benoemd.”Uit dit artikel →
- “Trump benoemde hem in februari, ondanks zijn gebrek aan ervaring bij de FBI.”Uit dit artikel →
Bewaar dit woord en oefen het later.