omgaan
to deal with, to get along, to cope with
Forms you will meet
- gaat om
- om kunnen gaan
- omgaan
- omgaat
- omgegaan
- omging
Meaning
- to deal with
- to get along
- to cope with
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- ging om
- Past participle (perfectum)
- omgegaan
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Ik leer hoe ik met de natuur moet omgaan.”From this video →
- “Dat zeggen de onderzoekers over de koninklijke familie en hoe die is omgegaan met de mensen in die tijd.”From this video →
- “Dit doen we omdat ik bewuster met vlees wil omgaan”From this video →
Save this word and practice it later.