omgaan
to deal with, to cope with
Forms you will meet
- om kunnen gaan
- omgaan
- omgaat
- omgegaan
- omging
Meaning
- to deal with
- to cope with
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- ging om
- Past participle (perfectum)
- omgegaan
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Met zo'n 80% van het afval wordt nog niet op een goede manier omgegaan.”From this video →
- “Trump zei dat de VS te veel betaalden en dat de organisatie slecht met corona omging.”From this article →
- “Hier leren ze hoe ze daarmee om kunnen gaan om die nare gedachten uit hun hoofd te krijgen.”From this video →
Save this word and practise it later.