wankelen
to waver, to falter, to be unstable, to wobble
Forms you will meet
- wankelen
- wankelt
Meaning
- to waver
- to falter
- to be unstable
- to wobble
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- wankelde
- Past participle (perfectum)
- gewankeld
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De wapenstilte van vorige maand wankelt, nadat Trump vrijdag zei dat het bestand voorbij is.”From this article →
- “Starmer wankelt verder, ministers vragen om tijdschema voor vertrek”From this article →
- “de steun in Nederland voor Oekraïne wankelt”From this video →
Save this word and practice it later.