de twijfel
doubt
de or het?
deIn a real sentence
- “Het peloton van circa 15 tot 20 man reed hard, toch bleef het gat groot en groeide de twijfel.”From this article →
- “Twijfel over de box-3-heffing remt keuzes: 20% mijdt risico of stelt aankopen uit, zegt ING’s Bob Homan.”From this article →
- “Wetenschappers hebben twijfels over die kredieten.”From this article →
Save this word and practice it later.