opzadelen
to burden, to saddle someone with
Forms you will meet
- opgezadeld
- opzadelt
Meaning
- to burden
- to saddle someone with
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zadelde op
- Past participle (perfectum)
- opgezadeld
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “en ineens zit je dan weer opgezadeld met twee anderen.”From this video →
- “Greg is de Taskmaster die de deelnemers opzadelt met onmogelijke taken”From this video →
Save this word and practice it later.