opgroeien
to grow up
Forms you will meet
- groeide op
- groeien op
- opgegroeid
- opgroeide
- opgroeien
- opgroeit
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- groeide op
- Past participle (perfectum)
- opgegroeid
- Auxiliary
- zijn
In a real sentence
- “Hij groeide op in Uden en deed aan atletiek.”From this article →
- “Hij is opgegroeid in Uden, in de provincie Noord Brabant.”From this video →
- “Hij groeide op in Bradford en verhuisde in 1962 naar Californië”From this article →
Save this word and practise it later.