opblazen
to blow oneself up, to blow up
Forms you will meet
- blies op
- blies zich op
- opblazen
Meaning
- to blow oneself up
- to blow up
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- blies op
- Past participle (perfectum)
- opgeblazen
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “In Moskou blies een man zich op bij een politiewagen bij een station; één agent stierf en twee raakten gewond.”From this article →
- “In Moskou blies een man bij een treinstation een explosief bij een patrouillewagen op; één agent stierf, twee raakten gewond, de dader ook.”From this article →
- “criminelen die geldautomaten opblazen om geld te stelen.”From this video →
Save this word and practise it later.