afrekenen

to pay, to check out

Meaning

  • to pay
  • to check out

Past tenses

Simple past (imperfectum)
rekende af
Past participle (perfectum)
afgerekend
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Zij kunnen online alleen afrekenen als webshops of overheden alternatieven bieden, zoals betalen op factuur, een bankoverschrijving of een creditcard.”From this article →
  • “ING kan de techniek niet in de Scanner bouwen, daarom werkt online afrekenen bij ING dan alleen via de app.”From this article →
  • “Nu starten onderhandelingen met de EU-lidstaten over privacy, distributie en waar je kunt afrekenen.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word