aanvoelen
to feel, to sense to feel
Meaning
- to feel
- to sense to feel
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- voelde aan
- Past participle (perfectum)
- aangevoeld
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “De toezichthouder vindt dat sommige stukken aanvoelen als reclame voor receptenmedicijnen.”From this article →
- “Een echt goed kaatsteam is belangrijk dat je goed met elkaar kunt en dat je lekker veel tempo erin kan houden dat je elkaar een beetje kan aanvoelen erin.”From this video →
Save this word and practice it later.