Back to the videos
B1Het Klokhuis · Today 08:00

De grote dingen van het leven | Het Kantoor

Transcript

  • Luuk, heb jij mijn verzameling opgezette
  • kakkelakken gezien? Er stonden daar 180
  • kakkelakken en nou zijn ze weg.
  • Hè, Jakie vies?
  • Kakkelakken ruimen alle viezigheid juist
  • op.
  • Dat hebben ze waarschijnlijk zichzelf
  • opgeruimd. [gelach]
  • Oké, ik ga even op de gang zoeken.
  • Teveel humor hier. Wat ben ik toch
  • grappig. [gelach]
  • Wat is er, Rodino? Gaat er iemand dood?
  • Ja, wij allemaal.
  • Wanneer hebben we bericht gekregen? Ik
  • heb mijn mail nog niet gezien. Ja, het
  • is toch zo. We gaan allemaal een keer
  • dood.
  • Oh, zo klopt. Waarom moet je daar ineens
  • aan denken?
  • Ik was met Sera reportage maken over
  • grafstenen. Ideetje van Helen. Dat is
  • toch geen onderwerp voor kinderen.
  • Jawel, ik zag laatst kinderen zo
  • onbezorgd spelen dat ik dacht: "Weten
  • jullie wel dat je er op een dag niet
  • meer bent?"
  • Ik had Sarah een oortje ingedaan, zodat
  • ik op afstand in de microfoon iets kon
  • influisteren.
  • Is Sera te alleen om de tekst te leren?
  • Nee, maar ik dacht als ze dan verdrietig
  • wordt van die grafstenen, dan zeg je
  • iets vrolijks. Maar ik word zelf zo s.
  • Ja, omdat je voor het eerst over de dood
  • nadat. Liefde en dood, dat zijn de grote
  • dingen van het leven.
  • Denk jij vaak na over de dood?
  • Ja, ik zal wel moeten, want ik met de
  • liefde word het niks meer.
  • Ik weet niet eens of ik gekremeerd of
  • begraven wil worden.
  • Begraaf mij. Draai David Boy bij mijn
  • afscheid en na afloop niet een kopje
  • koffie met één suf plakje cake.
  • Oké.
  • Twee plakjes cake. Dat ze onthouden.
  • Luuk was een gulleman. Ik
  • vind het niet fijn om hierover na te
  • denken.
  • Snap ik. En dit is nog maar mijn dood.
  • Maar als jij zelf overlijdt, wat wil je
  • dan?
  • Ja, wat wil ik?
  • Welke muziek? Hpjes? Denk erover na en
  • vertel het aan iemand. Oh, ik ga even
  • naar eens een keertje netten. Ik heb
  • opeens zo'n zin in koffie met cake. Het
  • is niet leuk, maar goed om er na te
  • denken.
  • Bro, heb je mijn opgezette kakkerlakken
  • gezien?
  • Eh nee.
  • Oké, ik geef het op. Ik ga naar huis.
  • Peggy, blijf nog even alsjeblieft.
  • Hoezo?
  • Moet je iets belangrijks vertellen.
  • Oh,
  • ik heb er lang mee gewacht. Maar deze
  • avond is het moment. Ik voel het gewoon.
  • Oh my god, ik voel het ook.
  • Wacht even, even iets uitprinten.
  • Luuk, het is zover.
  • Wat?
  • Ro gaat mijn verkering vragen.
  • Hoe weet je [gelach] dat?
  • Zegt hij net. Maar ik weet niet hoe ik
  • moet reageren. Oh, ik ben zo bang dat ik
  • iets stoms zeg en dat hij dan alsnog
  • afknapt.
  • Laten vlinders in je buik spreken. Die
  • zeggen altijd het juiste.
  • Oh ja. Ja, ik ik voel eigenlijk nooit
  • vlinders hier. Eerder kakkenlakken. Oh,
  • ik rook roze en zweet en toen wist ik
  • dat er iets aan de hand was. Hoe rauikt
  • mijn zweet?
  • Dit zou ik allemaal niet zeggen. Ik knap
  • heel erg af.
  • Zie je wel, ik heb je hulp nodig. Jij
  • bent goed met woorden. Ik heb een
  • geniaal idee. Ik zeg voor wat jij moet
  • zeggen. Doe dit oortje in.
  • [muziek]
  • Test 1 2 3.
  • Ja, ja, ja. Ik hoor je over.
  • Oh, wat een briljante breingngolf. Jouw
  • aanwezigheid met mijn woorden.
  • Trouwens niet over zeggen zoteen.
  • Oké. Oh Luuk, ik blokkeer. Als dit fout
  • gaat, dan is het over. Over.
  • Kalm, ik sleep je door dit romantische
  • moment.
  • Yes, please. [gehijg]
  • Hey, Ro. Hey PK, lach verleidelijk en
  • herhaal gewoon wat ik zeg.
  • Heb je het nou snel gezellig gemaakt
  • hier? Eh dit tedere moment verdraagt
  • geen hart TL licht.
  • Dit tedere moment verdraagt geen hart TL
  • licht.
  • Oh, weet je al waar ik het over wil
  • hebben dan?
  • Mijn hoofd weet dat pas net, maar mijn
  • hart al maanden.
  • Mijn hoofd weet dat pas net, maar mijn
  • hart al maanden. En ik rook het aan je
  • zenuw weet.
  • Sorry.
  • Alleen zeggen wat ik je voor zeg.
  • Alleen zeggen wat ik je voor zeg.
  • Eh is er iets?
  • Nee, het is de spanning van dit speciale
  • moment. Nee, het is de spanning van dit
  • speciale moment.
  • Ja, het is toch één van de grote dingen
  • van het leven, hè? Denk jij er vaak aan?
  • Elke minuut.
  • Elke minuut.
  • Oh, heftig.
  • En wat voel je dan?
  • Dan trilt mijn lichaam.
  • Dan trilt mijn lichaam.
  • Ik heb precies hetzelfde. En denk je ook
  • wel eens aan die ene dag hoe die eruit
  • gaat zien? Pk heeft het nu al over
  • jullie trouwdag. Dat wordt goots met
  • vrienden met goede muziek. Dat wordt
  • groot met vrienden en goede muziek.
  • Dat wil ik ook. En goed eten. Meer dan
  • een suf plakje cake?
  • Natuurlijk. Een grote taart.
  • Een grote taart.
  • Origineel. En wat voor grafsteen wil je?
  • Hè, nu gaat hij wel heel snel.
  • Wil je al zo vooruit, Henken?
  • Tja,
  • [gelach][snakt naar adem] welke tekst
  • wil ik op mijn gafsteen? Peggy gaf
  • levenslust aan vrienden.
  • Peggy gaf levenslust aan vrienden.
  • Mogen zij levensrust hier vinden.
  • Mogen zij levensrust hier vinden.
  • Nice. Die zin had van Luuk kunnen zijn.
  • Dank je.
  • Dank je.
  • Het klinkt alsof je al heel veel over je
  • eigen dood hebt nagedacht.
  • Nee, schud ik zo uit mijn mouw.
  • Schud ik zo uit mijn mouw.
  • Ik heb er nog nooit over nagedacht tot
  • vandaag. Het is toch wel één van de
  • grote dingen van het leven. Daarom is
  • het goed om daarover iets op te
  • schrijven en met een goede vriend te
  • delen.
  • Oh, je gaat me geen verkering vragen.
  • Oh, hij gaat je geen verkering vragen.
  • Nee, hoezo dacht je dat?
  • Ja, hoezo dacht je dat?
  • Ja, hoezo dacht je dat?
  • Ik wil op mijn begrafenis graag muziek
  • van Joost en na afloop in plaats van
  • koffie met cake
  • dunner met patat.
  • Begrafenis.
  • [snuift]
  • Is dat zo raar? Jij wil dan zelf taart
  • op je uitvaart. Ik wil patat.
  • [geschreeuw]
  • Wat is dit? Ben jij één van die mensen
  • die vindt dat het friet heet en helemaal
  • hysterisch wordt als iemand patat zegt?
  • Nee. Lekker lekker frieturen op je
  • begrafenis. Zin in
  • hè? Waarom heb je er een oortje in?
  • Help. Ik word aangevallen [gelach] door
  • miljarden kakkerlakken. Luuk, was jij er
  • ook nog?
  • Oh, staan ze op Hens kamer.
  • Pek, ik heb je kakkerlakken hier gezet.
  • Anders schrikken de schoonmakers zo
  • goedjes. Heleen, wat deed je daar? Luuk
  • spreken in naam van de liefde.
  • Sorry, ik dacht dat dit het begin was
  • van iets moois. Maar zeg jij echt patat
  • in plaats van friet?
  • En soms hebben kakkerlakkers zo'n
  • honger, dan eten ze andere kakkerlakken.
  • Wie wil patat?
  • Friet.
  • Lekker.
  • Oh, ik heb even geen trek. Iets teveel
  • aan de dood gedacht vandaag.
  • Ach, de dood hoort gewoon bij het leven.
  • Ja, maar daarnet besefte ik dat kleine
  • beestjes ons gaan opeten.
  • Vet interessant. Echt jammer dat ik daar
  • niet bij kan zijn.
  • Jig vet dat jij Lu liefdessen liet
  • voorzeggen. Het
  • spijt me.
  • Oh nee nee. Ik vind juist cool dat je
  • zoveel moeite doet. Dan moet ik wel echt
  • een heel leuk iemand zijn.
  • Ik was bang dat ik iets stoms zou zeggen
  • en dat je zou afknappen.
  • Ah.
  • Maar nu heb jij iets gezegd wat ik niet
  • trek. Jij zegt patat. Het is friet.
  • Nee. Patat.
  • Kan ik je zo verkrijgen dat je dit friet
  • noemt?
  • Nooit.
  • Oh, dan wordt verkering echt heel
  • lastig. De oorlog over patat of friet is
  • toch niet één van de grote dingen van
  • het leven. En officieel heet dit patat
  • friet.
  • Oké, kan ik mee leven. Patatfriet.
  • Wil jij mayonnaise bij patat friet?
  • Lekker. Maar de afko is frietje mayo.
  • Nee, patatje met.
  • Nee, frietje mayo.
  • Patatje met
  • frietje mayo.
  • Patatje met.
  • Frietje mayo. Oh, het is frietje mayo.
  • Oh, het is patatje met.