B1Het Klokhuis · 20 August 13:00
Wat is diabetes type 1?
Transcript
- Ik ga vandaag een topdag hebben. Ik mag
- namelijk meedoen aan een zwemworkshop.
- Niet alleen deze 30 kids ook. Waarom
- mogen jullie eigenlijk meedoen?
- Omdat ik type 1 diabetes heb.
- Oh. En jij?
- Ik ook. Ik ook.
- Ik ook. Ik ook. Ik ook. Ik ook.
- Type 1 diabetes. Dan hoor ik je denken:
- "Zijn er dan meerdere types?" Jazeker.
- Maar vandaag gaan we het hebben over
- type 1. In Nederland zijn er zo'n
- 100.000 mensen met type 1 en daarvan
- zijn er 10.000 1000 kinderen en daarvan
- liggen er 30 hier in het zwembad. Maar
- wat is het? Type 1 diabetes. Dan maakt
- je alvleesklier die zit hier geen
- [muziek] insuline meer aan. En insuline
- heb je nodig anders ga je dood. Best
- belangrijk dus die insuline. Hoe zit
- dat? In bijna alles wat we eten zitten
- koolhydraten. [muziek] En die
- koolhydraten zet je lichaam om in
- glucose, suiker. En dat is de brandstof
- van je lichaam.
- Je lichaam is helemaal opgebouwd uit
- cellen. Miljarden cellen. Om die
- brandstof, die suikers te gebruiken,
- moeten ze je cellen in. En daarvoor heb
- je insuline nodig. Dat zijn een soort
- sleutels om je cellen open te maken,
- zodat die suiker erin kan.
- Je alvleesklier maakt die insuline. Als
- je type 1 diabetes hebt, doet je
- alvleesklier [muziek] het niet. Type 1
- diabetes is nog niet te genezen. En
- verreweg de meeste kinderen met diabetes
- hebben dit type.
- Ik was 9 6 jaar. 9 jaar 2 jaar 4 5 10 4
- 3 4 2 7 11 6 toen ik diabetes kreeg.
- Als je al vleesclier het niet doet moet
- je dat werk dus zelf overnemen. Maar hoe
- doe je dat? Ik ga het vragen aan Noordje
- de Brouwer. Zij ligt daar in het water
- en geeft de workshop. Zij is namelijk
- synchroonzwemmer en niet zomaar eentje.
- Ze heeft bron gewonnen op Olympische
- Spelen en ze heeft type 1.
- Nou, super fijn dat ik hier mag zijn.
- Ja,
- maar ik moet wat [gelach]
- ik ben nu al kapot. Misschien kunnen we
- het in ergens anders.
- Ja, we kunnen wel even naar de kant.
- Oké.
- [muziek]
- Hey Noortje, jij hebt ook type 1
- diabetes. Hoe zorg je er nou voor dat je
- niet teveel of [muziek] te weinig
- insuline in je bloed hebt? eh door te
- kijken hoeveel insuline ik moet spuiten.
- Eh ik doe dat zelf met [muziek] een pen.
- Deze.
- Oh en hier zit dan insuline in. Anders
- zie je het ook gewoon zitten. Ja.
- En eh er zijn ook insulinepompen. Eh de
- meeste kinderen gebruiken die eigenlijk.
- Eh ja, ik heb ook een pomp. Die zit
- hier. Ik heb deze pomp en hier zit mijn
- pomp.
- De insuline gaat dan via dat slangetje
- naar mijn infusies. Hier
- gaat dan zo je lichaam in.
- En hoe weet je dan hoeveel insuline je
- moet spuiten? Ja, dat zie ik eigenlijk
- eh vanaf deze sensor. En
- en dit is mijn sensor.
- Mijn sensor is er net afgevallen, dus ik
- moet een nieuwe gaan zetten. Die maak je
- open en dan eh kan je deze op je arm
- plaatsen
- en inschieten. En dan heb je een sensor.
- Tada. Aan het begin doet hij een klein
- beetje pijn, maar daarna eh voel je het
- niet meer.
- En dan kan ik op mijn telefoon kijken
- wat mijn waardes zijn. Normaal gesproken
- zit tussen de vier en de 8.
- Niet iedereen gebruikt de sensor. Je kan
- ook prikken. [muziek]
- Joan is daar één van en die helpt
- vandaag ook mee eh met de workshop. Kom
- er eens bij.
- Oh, jou herken ik ook. Juda, Joanne, jij
- bent wereldkampioen. Met judo snap ik
- wel waarom jij geen sensor draagt.
- Klopt. Voor mij is het heel onhandig. Ik
- doe natuurlijk een contactsport, dus eh
- dan wordt hij er heel snel eh zo vanaf
- geveegd. Dus eh ik prik eh in mijn
- vinger en dat gaat eigenlijk zo. Hier
- prikken hier komt eh zit een naaldje in.
- Daarmee prik ik een druppeltje bloed en
- dan scant hij dat.
- Nu is hij bezig met eh de meting en dan
- zie je dat ik eh op zeven zit.
- Zo. Oké. Maar ja. En met mijn
- alvleesklier is niks mis. Dus ik denk
- dat de mijne ook zo tussen de vier en
- acht zal zitten. Mag ik ook eens
- proberen?
- Als het goed is eh als het goed is wel.
- Maar hoop hè.
- [gelach]
- Oh, doet het pijn?
- Nee, het doet geen pijn.
- Oké. Ah. [gelach]
- En dat doe je dan elke dag. Oké.
- Ik denk gemiddeld zo'n 10 keer per dag
- eh dat ik dit prik.
- Nou, mooi. Tussen de vier en de acht.
- Ja. Hyé. Maar betekent dit dan dus dat
- als wij allemaal iets zoet zouden
- drinken dat mijn suikergehalte niet
- omhoog zou gaan? Want mijn alvleesklier
- die houdt het dan laag. Maar die van
- jullie wel heel erg.
- Ja. Klopt. Maar wij moeten nu door, want
- er zijn 30 kinderen op ons aan het
- wachten. Maar we hebben wel een andere
- type ene voor je geregeld, namelijk Bas.
- Oké, tot zo. Bas van de Goor was ook een
- topsporter. Won als volleyballer onder
- andere Olympisch goud in 1996. En ook
- heeft type 1 diabetes.
- Kijk eens, ik heb twee vers geperste
- glaasjes j.
- Lekker. Dankjewel.
- En hoe hoog zit je nu?
- 8.4.
- Proost.
- Cheers.
- Dus hoe lang moeten we dan ongeveer
- wachten?
- Nou, ik denk dat ik dit over een
- minuutje of 20 ofzo ga zien.
- Oeh,
- gaan we eens even kijken. 4.8.
- Oh ja. Ja, dan zie je dus dat mijn
- alvleesklier perfect werkt. En hoe hoog
- zit je nu? Jeetje. En wat nu? Ja, nu
- moet ik insuline toedienen en ik moet
- eigenlijk altijd weten hoeveel ik eet en
- hoeveel ik drink, hoeveel suiker daarin
- zit en hoeveel insuline ik dan moet
- toedienen. Oh, dus normaal gesproken
- moet je van tevoren al uitzoeken hoeveel
- koolhydraten er in verschillende soorten
- eten zit en ook hoeveel je dan gaat
- eten.
- Ja,
- en dat weet je dan ook echt. In een
- mandarijn zitten 5 gr koolhydraten.
- Een bubbelpum is vijf koolhydraten. In
- een banaan zit 21 koolhydraten.
- In een ventella zit drie koolhydraten.
- Één klein zakje chip zijn 15
- koolhydraten. En in een boteram zit 15
- gr koolhydraten. Vier koolhydraten.
- 16 koolhydraten. 5,5 12 5 4 5 14 15
- koolhydraten. En in een stuk komkomber
- zitten nul koolhydraten.
- En dat zijn dus de koolhydraten die je
- zeg maar invloed hebt op je
- glucosewaarde. Maar zo zijn er nog heel
- veel andere factoren. Wat? 42
- 42 dingen
- 42 factoren die invloed hebben op je
- bloedsuiker. De kinderen zijn nu aan het
- zwemmen. Als je in beweging bent dan
- gaat je bloedsuiker een beetje naar
- beneden. En zo zijn er nog ja wel
- ongeveer 40 andere factoren die invloed
- hebben. Het vervelende is iedereen
- reageert anders op al die factoren. Dus
- je kunt niet zeggen als je dit doet dan
- gaat het goed. Dat moet je zelf een
- beetje uitzoeken. [muziek]
- Ik vind het lastig bijvoorbeeld met
- Gimles en sporten.
- Ja. Nou, soms als ik sport dan eh ga ik
- soms te laag met mijn glucose. Dan moet
- je helaas soms stoppen en een dekstel
- eten.
- Ik zit nu te laag en ik kan nu niet
- meedoen met het zwemmen. Ik heb net twee
- dekstroos gegeten. Nog vif minuutjes en
- dan kan ik nog weer meedoen.
- Dat gaat dus elke dag door.
- Overal waar je energie voor gebruikt,
- waar je lichaam energie voor gebruikt,
- daar heb je dus ook zeg maar insuline
- voor nodig. Dus je bent de hele tijd aan
- het rekenen.
- Zo. Dus je moet er dus de hele dag mee
- bezig zijn. En die pomp die blijft de
- hele tijd zitten. Als je type 1 diabetes
- hebt, dan moet je er dus altijd zelf
- voor zorgen dat je een fijn bloedsuiker
- hebt. Maar wat gebeurt er eigenlijk als
- het te hoog of te laag is?
- Ja, om je zo lang mogelijk gezond te
- houden is het heel belangrijk om hele
- mooie bloedsuikers te hebben. Maar er
- zijn natuurlijk ook wel momenten dat het
- niet helemaal lekker gaat. Dat je een
- hele lage bloedsuiker hebt en dan komt
- je lichaam eigenlijk op een soort van
- crisisstand en dat is niet fijn.
- Hm. Hoe voelt dat dan?
- Ik vind het geen fijn gevoel. Trillerig,
- duizelig,
- hoofdpijn,
- lamlendig
- en trailerig. En eh je bent niet
- helemaal meer helder in je hoofd.
- En wat moet je dan doen als het te laag
- is?
- Ja, dan moet je eigenlijk zo snel
- mogelijk suiker eten, anders val je om.
- En heel veel mensen eten dan dextrose.
- Eh dat is de snelste suiker die er is.
- Jeetje. Dus dat is wel belangrijk om
- altijd bij je te hebben.
- Zeker.
- Ik heb altijd twee pakketjes bij me. Dit
- is mijn dextro. Als ik te laag zit, eet
- ik dit.
- En als het te hoog is,
- ja, dan krijg je een hiper en dan heb je
- insuline nodig. Je voelt je heel erg
- rot. Eh maar als je die insuline niet
- zou toedienen, wat op sommige plekken in
- de wereld nog steeds voorkomt, dan zou
- je dus kom je te overlijden.
- Oh, dus op sommige plekken in de wereld
- hebben ze die zorg niet?
- Nee, gelukkig in Nederland hebben we één
- van de beste diabetezorg [muziek] van de
- wereld. Dus daar hoeven wij ons geen
- zorgen over te maken. Het is heel fijn
- dat we in dit land wonen.
- Ja. Ja, maar toch wel eh heftig om te
- weten dat het zo belangrijk is ook dat
- je er heel erg mee bezig moet zijn.
- gewoon 24 uur per dag, 7 dagen per week,
- 365 dagen per jaar moet je bezig zijn
- met het managen van die suikerhalte.
- Ik ben er eigenlijk constant mee bezig,
- maar ja, het is nu eenmaal iets wat niet
- meer weggaat.
- Soms is het best wel irritant, want elke
- zondagavond moet ik dan mijn sensor
- verwisselen en dan er een hele naald in
- en dan moet je drukken. Maar iets het op
- een gegeven moment raak je [muziek] er
- wel gewend aan. Dus dan is het best wel
- makkelijk.
- 's Nachts gaat het alarm nog vaak af.
- Dan slaap ik half nog en dan is het vaak
- best wel moeilijk om nog een eh de
- binnen te werken.
- Eh soms voel ik heel erg dat mensen
- kijken en dan zou ik het fijn vinden als
- ze gewoon vragen wat je hebt en niet
- [muziek] de hele tijd blijven staren.
- Ja, gewoon geen stomme opmerkingen maken
- als je mensen op straat [muziek] ziet
- lopen ofzo en gewoon aardig zijn.
- Belangrijk [muziek] als iedereen weet
- wat diabetes inhoudt en dat ze weten eh
- wat voor ziekte het is. Leuk om andere
- mensen te leren kennen die ook diabetes
- type 1 hebben en gewoon leuk om eh te
- zwemmen. [muziek]
- En je voelt ook gewoon echt dat er
- vrijheid is dat je echt alles een beetje
- kwijt kan. Want eh je bent niet de enige
- die anders is. Je bent gewoon
- allemaal één.