de zonnebril
sunglasses
de or het?
deIn a real sentence
- “Stel iemand uit jouw klas heeft een nieuwe zonnebril.”From this video →
- “Pet op, zonnebril op en eh ja, gewoon gaan.”From this video →
- “Geen zonnebril, lasbril of cd.”From this article →
Save this word and practice it later.