zeuren
to nag
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zeurde
- Past participle (perfectum)
- gezeurd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Ja, soms voel ik me rot, want dan hou ik een bal niet en dan gaat je team helemaal op je zeuren.”From this video →
Save this word and practise it later.