zakken
to sink, to fall, to drop, to go down
Forms you will meet
- gezakt
- zakkende
- zakt
- zakte
Meaning
- to sink
- to fall
- to drop
- to go down
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zakte
- Past participle (perfectum)
- gezakt
- Auxiliary
- zijn
In a real sentence
- “Voor 14 van die locaties geldt nu een waarschuwing dat het water gezakt is en dus lager staat dan normaal.”From this video →
- “Door botsingen met de dunne lucht zakte de baan van ongeveer 600 naar 400 kilometer”From this article →
- “Na die berichten zakte de koers onder 33 dollar, zo’n 40 procent onder zijn oorspronkelijke prijs.”From this article →
Save this word and practise it later.