
zakken
to sink, to drop, to go down, to fall, to descend
Forms you will meet
- gezakt
- zakken
- zakkende
- zakt
- zakte
Meaning
- to sink
- to drop
- to go down
- to fall
- to descend
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zakte
- Past participle (perfectum)
- gezakt
- Auxiliary
- zijn
In a real sentence
- “Een dag pompen laat het meer ongeveer 2 centimeter zakken.”From this article →
- “In de App Store zakt de score naar 1,5 van 5 en op TikTok verschijnt het account @magisterupdatehater.”From this article →
- “Kort daarna zakt de maan onder de horizon, dus je moet vroeg opstaan of laat opblijven.”From this article →
Save this word and practice it later.