de woning
home, dwelling, residence
de or het?
deForms you will meet
- huurwoningen
- woning
- woningen
Meaning
- home
- dwelling
- residence
In a real sentence
- “Nederland wil elk jaar 100.000 nieuwe woningen.”From this article →
- “De waarde van woningen zou zwaarder moeten meetellen in de huur”From this article →
- “Vannacht was er een schietpartij rond 02.00 uur in een woning aan de New Yorksingel”From this article →
Save this word and practise it later.