de winkelier

shopkeeper

de or het?

de

In a real sentence

  • “Sinds het verbod is ingegaan merken winkeliers en mensen in het centrum een duidelijk verschil.”From this video →
  • “De opstand begint bij winkeliers in Teheran die klagen over hoge kosten”From this article →
  • “In Teheran beginnen winkeliers met een protest tegen hoge prijzen.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word