wegzakken
to decline
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zakte weg
- Past participle (perfectum)
- weggezakt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “In 2023 zakten de orders weg en de terugroepactie bij Babboe kostte veel geld.”From this article →
Save this word and practise it later.