wegzakken
to sink, to decline, to sink away
Forms you will meet
- wegzak
- zak weg
- zakken weg
- zakten weg
Meaning
- to sink
- to decline
- to sink away
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zakte weg
- Past participle (perfectum)
- weggezakt
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Zij vechten lang om zilver, maar zakken in het laatste stuk weg en worden vierde.”From this article →
- “In 2023 zakten de orders weg en de terugroepactie bij Babboe kostte veel geld.”From this article →
- “Zonderpalen zak weg.”From this video →
Save this word and practice it later.