weerleggen
to contradict, to refute
Forms you will meet
- weerleggen
- weerlegt
Meaning
- to contradict
- to refute
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- weerlegde
- Past participle (perfectum)
- weerlegd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Op social media stond een handgeschreven bericht van hem, wat de Israëlische melding niet weerlegt.”From this article →
- “en noemt het Amerikaanse onderzoek een kans om aantijgingen van extreemrechts te weerleggen”From this article →
- “VU-onderzoekers weerleggen kritiek dat spierschade bij long covid en ME/CVS alleen komt door inactiviteit.”From this article →
Save this word and practise it later.