vreten
to eat away at
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- vrat
- Past participle (perfectum)
- gevreten
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Inflatie van 50–70 procent, onbetaalde salarissen en banenverlies vreten aan spaargeld.”From this article →
Save this word and practise it later.