de vrees
fear
de or het?
deIn a real sentence
- “Hulpdiensten voeren reddingen uit en er is vrees voor nieuwe plotselinge overstromingen.”From this article →
- “Topmannen riepen op tot vertraging, uit vrees dat agents binnen 6 tot 12 maanden het internet kunnen overnemen.”From this article →
- “Staatssecretaris Aerdts blokkeerde de deal eind mei uit vrees dat Amerikaanse wetgeving ...”From this article →
Save this word and practice it later.