voorzitten
to chair, to preside over
Forms you will meet
- voorgezeten
- zit voor
Meaning
- to chair
- to preside over
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zat voor
- Past participle (perfectum)
- voorgezeten
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Hij zit zelf de raad voor en zegt dat 'iedereen lid wil worden'.”From this article →
- “een door Donald Trump voorgezeten vredesraad”From this article →
Save this word and practice it later.