voorspellen

to predict

Forms you will meet

  • voorspeld
  • voorspellen
  • voorspelt

Past tenses

Simple past (imperfectum)
voorspelde
Past participle (perfectum)
voorspeld
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Kun je nou ook voorspellen hoe lang je gaat worden als je aan de puberteit begint?”From this video →
  • “Rijkswaterstaat heeft al twee jaar berekeningen die voorspellen dat rond 2050 zeer lage IJsselpeilen ongeveer eens per twee jaar voorkomen.”From this article →
  • “Ja, ik heb vorig seizoen van alle voetbalverslaggevers heb ik het beste voorspeld.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word