
voorhouden
to hold up as an example
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- hield voor
- Past participle (perfectum)
- voorgehouden
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Wevers ziet de ervaring van de ploeg als een kracht en wil Ubbink steunen, zonder haar eigen loopbaan als voorbeeld voor te houden.”From this article →
Save this word and practice it later.