voorbereiden

to prepare

Forms you will meet

  • bereid je er zo op voor
  • bereidde voor
  • bereiden voor
  • bereidt de politie zich goed voor
  • bereidt voor
  • voor te bereiden
  • voorbereid
  • voorbereidde
  • voorbereidden
  • voorbereidingen
  • voorbereidt
  • zich beter kunnen voorbereiden
  • zich voor te bereiden
  • zich voorbereiden
  • zich voorbereidt

Past tenses

Simple past (imperfectum)
bereidde voor
Past participle (perfectum)
voorbereid
Auxiliary
hebben

In a real sentence

Save this word and practise it later.

Look up another word