voorafgaan

to precede

Past tenses

Simple past (imperfectum)
ging vooraf
Past participle (perfectum)
voorafgegaan
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Het plan beoogt een wederzijdse, gedeeltelijke terugtrekking in de regio Donetsk en een gedemilitariseerde zone, voorafgegaan door een referendum in Oekraïne.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word