het voertuig
vehicle
de or het?
hetForms you will meet
- voertuig
- voertuigen
In a real sentence
- “Volkswagen start uit voorzorg een wereldwijde terugroepactie voor 2,8 miljoen voertuigen van Volkswagen en Audi.”From this article →
- “Zo'n 250 brandweerlieden met 40 voertuigen bestrijden het vuur.”From this article →
- “Zo'n 250 brandweermensen werken met 40 voertuigen en blussen ook 's nachts.”From this article →
Save this word and practice it later.