voeden
to fuel, to feed
Forms you will meet
- voedde
- voedden
- voeden
- voedt
Meaning
- to fuel
- to feed
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- voedde
- Past participle (perfectum)
- gevoed
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Dat zet het zeeleven onder druk en kan sterkere tropische stormen voeden”From this article →
- “De combinatie van hitte en droogte voedde natuurbranden.”From this article →
- “De resten voedden talloze dieren, zoals zeekomkommers, mossels en wormen, en trokken weer nieuwe jagers aan.”From this article →
Save this word and practise it later.