vluchten
to flee
Forms you will meet
- gevlucht
- gevluchte
- moesten vluchten
- op de vlucht zijn
- sloegen op de vlucht
- vlucht
- vluchten
- vluchten weg
- vluchtte
- vluchtten
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- vluchtte
- Past participle (perfectum)
- gevlucht
- Auxiliary
- zijn
In a real sentence
- “Ze kwamen om het leven toen ze met hun auto probeerden te vluchten.”From this video →
- “Ongeveer 12 miljoen mensen vluchten binnen Sudan en hebben geen eten en zorg.”From this article →
- “In Afghanistan vluchten 115000 mensen en in Pakistan 3000.”From this article →
Save this word and practise it later.