vieren
to celebrate
Forms you will meet
- vieren
- viert
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- vierde
- Past participle (perfectum)
- gevierd
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Heel Nederland viert vandaag Koningsdag.”From this article →
- “In Florida vieren veel Venezolanen feest”From this article →
- “Ook bobsleeërs en het kunstrijdpaar Michel Tsiba en Daria Danilova vieren mee, ook al pakken zij geen medaille.”From this article →
Save this word and practise it later.