het verzekeraar
insurer
de or het?
hetForms you will meet
- verzekeraar
- verzekeraars
In a real sentence
- “Voor 1,6 miljoen mensen met een pensioen bij een verzekeraar is er risico op veel belasting.”From this article →
- “Verzekeraars in de VS verzekeren die schepen weer.”From this article →
- “Amerikaanse verzekeraars mogen die schepen opnieuw dekken.”From this article →
Save this word and practise it later.