verpesten
to ruin, to spoil
Forms you will meet
- verpest
- verpesten
Meaning
- to ruin
- to spoil
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- verpestte
- Past participle (perfectum)
- verpest
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Mijn oudertjes, mijn lieve oudertjes, zij hebben mij op de vrije school gezet en die heeft mij verpest.”From this video →
- “Als iemand net parfum op heeft gedaan, dan kan ik het de hele avond verpesten.”From this video →
- “Maar nu vind ik het niet meer zo leuk, want ze hebben verpest, want we kunnen niet meer spelen.”From this video →
Save this word and practise it later.