verpesten
to ruin, to spoil
Forms you will meet
- verbesten
- verpest
- verpesten
Meaning
- to ruin
- to spoil
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- verpestte
- Past participle (perfectum)
- verpest
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “Straks gaan we horen hoe Nederlanders de woningmarkt verpesten aan de Spaanse Costa del Sol.”From this video →
- “Alleen een grote nederlaag tegen Japan kan dat nog verpesten.”From this article →
- “Ja, dit heeft nu eh het feestje behoorlijk verpest dit weekend.”From this video →
Save this word and practice it later.