de verkoper

seller

de or het?

de

In a real sentence

  • “Dit zijn misschien de beste verkopers van de Kinderpostzegel actie”From this video →
  • “Vanaf 1 juli betalen kopers, winkels of verkopers 3 euro voor elk klein pakje uit China naar Nederland.”From this article →
  • “verkopers betalen 2 euro servicekosten waarvan een deel naar paylogic gaat”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word