vergemakkelijken

to facilitate

Past tenses

Simple past (imperfectum)
vergemakkelijkte
Past participle (perfectum)
vergemakkelijkt
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Het kabinet breidt de controle uit en vergemakkelijkt grondkoop voor Israëliërs; volgens hen is dit een grote stap richting annexatie.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word