vastzetten
to freeze, to secure, to detain
Forms you will meet
- vastgezet
- vastzet
- zet geld vast
- zet vast
- zette vast
- zetten haar nu thuis vast
Meaning
- to freeze
- to secure
- to detain
Past tenses
- Simple past (imperfectum)
- zette vast
- Past participle (perfectum)
- vastgezet
- Auxiliary
- hebben
In a real sentence
- “DNB zegt niet bang te zijn dat de VS het goud vastzet.”From this article →
- “In de slotfase zette Wissa met de 3-1 de zege vast.”From this article →
- “Ook in de VAE werden tientallen Britten vastgezet.”From this article →
Save this word and practice it later.