vasthouden

to hold, to retain, to hold on to, to hold / to retain, to hold (on to)

Forms you will meet

  • hield vast
  • hield vast aan
  • hou elkaar vast
  • houden vast
  • houden ze dat vast
  • houdt hem even vast
  • houdt hem nog twee weken vast
  • houdt hem vast
  • houdt hen vast
  • houdt het nu vast
  • houdt vast
  • vast te houden
  • vastgehouden
  • vasthield
  • vasthouden
  • vasthoudt
  • vasthoudt aan

Meaning

  • to hold
  • to retain
  • to hold on to
  • to hold / to retain
  • to hold (on to)

Past tenses

Simple past (imperfectum)
hield vast
Past participle (perfectum)
vastgehouden
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Kan wel gevaarlijk zijn als je dan de vlieger vasthoudt en hij gaat in één keer omhoog”From this video →
  • “De 70-jarige Kristiansen, die het finishlint vasthield, noemde het logisch dat haar toptijd zou verdwijnen door de ontwikkeling van schoenen.”From this article →
  • “De 70-jarige Kristiansen is bij de finish. Zij houdt het lint vast en lacht.”From this article →

Save this word and practice it later.

Look up another word