vasten

to fast

Past tenses

Simple past (imperfectum)
vastte
Past participle (perfectum)
gevast
Auxiliary
hebben

In a real sentence

  • “Dat is de maand waarin moslims vasten Dus niet eten en drinken zolang de zon schijnt.”From this video →
  • “Tijdens de ramadan vasten moslims, ze eten en drinken overdag niks.”From this video →

Save this word and practice it later.

Look up another word